Wat is de Carmina Burana?

Wat is de Carmina Burana?

Orffs Carmina Burana beschrijft drie grote thema's: lente/zomer, de herberg en de liefde. Deze enscenering wordt omlijst door de hymne aan Fortuna, de godin van het (nood)lot.

Orff beeldt het lot af als een soort rad van avontuur waaraan de mens is onderworpen. Deze interpretatie vormt de kern waar alle andere handelingen om heen gebeuren.

De uitgelatenheid van het handelen, dat in de drie delen van zijn compositie wordt afgeschilderd, wordt begrijpelijk in het beeld van het draaiende rad op de achtergrond; wie vandaag bovenaan verkeert, kan morgen al weer onderaan zijn terechtgekomen. Daarom is het belangrijk intens te genieten van momenten van geluk.

Carmina Burana (liederen uit Beuren) is de naam van de grootste en beroemdste verzameling middeleeuwse teksten die tot de zogenaamde vagantenliteratuur behoren.

Het manuscript (13e eeuw), dat op verscheidene oudere - niet bewaard gebleven - teksten is gebaseerd, is afkomstig uit de abdij van Benediktbeuren in Beieren en bevindt zich in de Bibliotheek van München. De Carmina Burana zijn vooral bekend geworden doordat de Duitse pedagoog en componist Carf Orff (1895-1982) in 1937 een selectie van vierentwintig teksten op muziek heeft gezet.

Vagantenliteratuur is de verzamelnaam voor de wereldlijke lyriek, die in de Middeleeuwen, met name in de 12e en begin 13e eeuw, door rondtrekkende studenten en geestelijken werd geschreven, deels in het Latijn, deels in de landstaal. De voornaamste thema's zijn: het ontluiken van de natuur in de lente, heftige kritiek op kerkelijke en wereldlijke overheid en verheerlijking van het ongebonden leven vol aardse geneugten als drank, dobbelspel en liefde.

Vaganten (zwervers) noemde men de geestelijken, studenten en afgestudeerden die in de Middeleeuwen rondtrokken, hetzij uit eigen wil, hetzij door de omstandigheden gedwongen. Na beëindiging van hun studie konden zij vaak geen kerkelijk ambt - veelal het doel van de studie - verkrijgen, omdat door de grote toeloop van studenten het aanbod de vraag overtrof. Er bleef hun dan vaak weinig anders over dan hun kennis aan te wenden om in hun levensonderhoud te voorzien, bijvoorbeeld door het schrijven van gedichten. Ook waren er bij die na hun losse studententijd zich niet meer in de kerkelijke tucht konden schikken en het ongebonden zwerversleven kozen. De grootste bloei beleefde het vagantendom in de 12e eeuw, ongeveer tegelijk met die van de kloosterscholen en de opkomst van de universiteiten. In die tijd waren de vaganten geëerde en gezochte dichters, die als gevolg van hun kerkelijke wijding(en) onder de kerkelijke (veel soepelere) rechtspraak vielen. Toen ze, omstreeks 1300, niet meer onder de bescherming van de Kerk vielen, verwerden zij al gauw tot gewone zwervers en landlopers.

De vagantenpoëzie is over het algemeen anoniem. Ook van de gedichten van de Carmina Burana zijn slechts enkele auteurs bekend, o.a. Gautier de Châtillon, Archipoeta en Pierre de Blois. De meeste gedichten zijn in het Latijn geschreven, maar er zijn er ook een vijftigtal in het Middelhoogduits en wat fragmenten in het Oudprovençaals. Wat de vorm betreft zijn de liederen nog slechts zelden in de klassieke versmaat, maar meestal in gerijmde metrische verzen en soms ook in de vorm van ritmisch proza geschreven.

Een steeds terugkerend thema in de Carmina Burana is de heftige kritiek op het bandeloze leven van de gevestigde clerus, met name de monniken. De kerkelijke instellingen en gebruiken worden geparodieerd, maar de dogma's worden nergens direct aangevallen.

De Carmina Burana van Orff is een onderdeel van een trilogie. De andere delen zijn Catulli Carmina en Trionfo di Afrodite.

Bronnen: Loewe / Grote Spectrum Encyclopedie